maandag 20 mei 2013

Oudewater in plaatjes deel 5

Oudewater in plaatjes
Deel 5
Op onze wandeling door het oude IJsselstadje verplaatsen we ons nu naar de markt. Het plein is eigenlijk een grote boogbrug over de haven. Op woensdagmiddag is er nog altijd een drukke warenmarkt. In het verleden was er ook een kaasmarkt. Voor het wegen van de kaas en andere waren (hennep) is er een waaggebouw. Ook was deze waag in gebruik voor het wegen van heksen en tovenaars. Tegenwoordig is het een museum, de Heksenwaag. Iets verder in de Leeuweringerstraat bevind zich de Oud-Katholieke Kerk. Op mooie zomerdagen als het druk is bij de ijszaak aan de overkant, heeft de koster van de kerk de deuren wijd open staan. Op zo'n mooie dag ben ik even naar binnen gegaan en wat foto's gemaakt. 













De Markt 1878, een foto van de heer E.C. Rahms.
 Vlak bij de ingang van de kerk staat een beeld van Maria, aangeboden door dankbare jongemannen die omstreeks 1950 behouden terugkeerden na hun diensttijd in Indië. In het kerkje zelf is er geen Maria beeld te zien. Wel schilderijen en symbolen die verwijzen naar Jezus Christus en de apostelen veel minder naar de heiligen. Het verschil is vier eeuwen geleden ontstaan, toen Cornelius Jansenius de Rooms-Katholieke Kerk hervormen wilde. Hij bestreed de biechtpraktijk en de Mariaverering en wilde de eucharistie beperken tot de gelovigen die oprecht berouw van hun zonden hadden. Zijn volgelingen, onder wie de filosoof Blaise Pascal, werden jansenisten genoemd. Jansenisten, zei een tegenstander, zijn calvinisten die naar de mis gaan.

Cornelius Jansenius was de Latijnse naam van Cornelis Jansen, een timmermanszoon die op 28 oktober 1585 in Acquoy bij Leerdam geboren werd, 25 kilometer ten zuidoosten van Oudewater. Hij bezocht de Latijnse school in Utrecht en vervolgens de universiteit in Leuven. Hij was voorbestemd voor de Orde der Jezuïeten, het roomse keurkorps ter bestrijding van de Reformatie, maar ging al snel een andere weg. Hij promoveerde in 1604 in de filosofie, samen met een goede vriend, de Fransman Jean du Vergier de Hauronne. Samen maakten ze studie van de kerkvaders. Augustinus werd hun inspiratiebron. De studie in Leuven vormde Jansen voor het leven. De universiteit droeg het stempel van Michael Baius (1513-1589), hoogleraar in Leuven, en een kenner van het werk van Augustinus. In navolging van Augustinus leerde Baius dat de mens door de zondeval geheel verdorven was en alleen door genade gerechtvaardigd werd. Baius wandelde in het spoor van Luther en Calvijn, maar week ook weer van hen af, omdat hij geloofde dat de zondige mens mede door goede werken gerechtvaardigd werd. Baius vond weinig weerklank in de Rooms-Katholieke Kerk. Hij werd door de paus veroordeeld en door de jezuïeten bestreden alsof hij een ketter was.


Ondanks de pauselijke veroordelingen en de bekeringsijver van de jezuïeten bleeft Leuven Augustinus in ere houden. Zo werd Jansenius in 1619 naar Leuven teruggehaald, waar hij de genadeleer van Augustinus bestudeerde en uitdroeg. Met zijn vriend en studiegenoot Jean du Vergier de Hauronne maakte hij een plan voor de hervorming van de kerk: Jansenius zou zich richten op de kerkelijke leer, Jean du Vergier op het kerkelijk leven. Jansenius las de werken van Augustinus dertigmaal en schreef er een driedelig boek over, Augustinus, dat in 1640 in Leuven postuum verscheen. Twee jaar eerder, op 6 mei 1638, was Jansenius aan de pest gestorven. De jezuïeten vonden het boek een ergernis en gingen in verzet, omdat Jansenius hun geloof in de vrije wil en de goede werken verwierp. Hun ijver werd beloond, want in 1642 verklaarde paus Urbanus VIII in de bul In eminenti dat Jansenius een ketter was en zijn leer een dwaalleer. Dezelfde paus had in 1633 Galilei gedwongen zijn inzichten over de bouw van het heelal terug te nemen.
Jean du Vergier de Hauronne had in 1635 een boek geschreven over het kerkelijk leven, waarin hij de pauselijke oppermacht bestreed en de rechten van de bisschoppen bepleitte: de kerk moest niet door de paus, maar door de bisschoppen worden geregeerd. De jezuïeten, de trouwste dienaren van de paus, reageerden gekwetst, maar in Frankrijk kwam er weerklank. Veel Fransen vonden de paus een bemoeial uit het buitenland en regelden liever hun kerkelijke zaken zelf. Hun standpunt, gallicanisme genoemd, spoorde met het denken van Jean du Vergier en maakte de Fransen ontvankelijk voor het denken van Jansenius. Jansenisten en jezuïeten verschilden vooral van mening over de communie. De jezuïeten lieten het liefst zoveel mogelijk mensen ter communie gaan, maar in Port Royal ging men pas ter communie na zelfbeproeving en oprecht berouw van zonden. Een broer van Jacqueline Arnauld, Antoine, een priester en kluizenaar, schreef er een ophefmakend boekje over, De la fréquente communion (1643), waarin hij de communie van de jezuïeten een plichtpleging noemde. De jezuïeten vonden het boek van Antoine Arnauld een oorlogsverklaring en sloegen hard terug. Uiteindelijke smaakten ze de zege, want in 1653 publiceerde paus Innocentius X de bul Cum occasione, waarin vijf stellingen van de jansenisten werden veroordeeld. Arnauld repliceerde dat de vijf stellingen door Jansenius niet geleerd en in diens Augustinus niet te vinden waren. Jansenius leerde slechts wat Augustinus had geleerd, en daarover mocht de paus geen oordeel vellen, dacht Arnauld. De strijd tussen jezuïeten en jansenisten werd voortgezet in de Nederlandse Republiek. Daar vormden de katholieken een nauwelijks gedoogde minderheid, die haar geloof niet publiekelijk belijden mocht en in schuilkerken bijeenkwam. Voor Rome was de Republiek een missiegebied; in officiële stukken werd van de 'Hollandse Zending' gesproken. Het Nederlandse missiegebied werd niet bestuurd door een bisschop, maar door een apostolisch vicaris, die rechtstreeks onder het gezag van de paus viel. Van 1663 tot 1686 werd de Hollandse Zending geleid door de zeer bekwame, charismatische Johannes van Neercassel. Hij was geen jansenist, maar deelde de strenge moraal van Arnauld en Quesnel, met wie hij goede contacten onderhield. Na hun vlucht uit Brussel werden ze gastvrij door hem ontvangen. Hij werd gewantrouwd door de jezuïeten, omdat hij de heiligenverering wilde matigen en in de liturgie de volkstaal boven het Latijn verkoos. Toen hij in 1686 na een preek in de open lucht aan longontsteking stierf en door zijn veel minder gezaghebbende geestverwant Petrus Codde werd opgevolgd, sloegen de jezuïeten toe. Ze organiseerden het verzet tegen Codde, lieten getuigenissen verzamelen over dwaalleer en pastorale misstanden, en maakten er een zwartboek van, Breve memoriale uit 1697. Het boek wekte de indruk dat het jansenisme in de Hollandse Zending diep geworteld was, gezien de strenge biechtpraktijk en zware boetedoening na gedane zonden. Codde werd naar Rome geroepen, langdurig ondervraagd en afgezet in 1704. Hij werd opgevolgd door Theodorus de Cock, een van de medewerkers aan het zwartboek. Aanhangers van Codde vroegen vervolgens de Staten van Holland om hulp tegen de bemoeienis van Rome. Die namen drastische maatregelen: De Cock mocht zijn ambt niet meer uitoefenen en de katholieken mochten zich niet meer zonder toestemming van de Staten in Rome verantwoorden, zoals Codde had gedaan. Het conflict in de Hollandse Zending leidde in 1723 tot een scheuring, toen de aanhangers van Codde, ook wel Cleresij genoemd, in 1723 een eigen bisschop kozen, Cornelis Steenoven, die hard nodig was om nieuwe priesters te wijden. In 1724 werd hij door een geschorste Franse bisschop gewijd, Varlet, een jansenist. Uiteraard erkende de paus de wijding niet, zodat de breuk voorgoed geslagen was. De aanhangers van Codde noemden zich de Roomsch Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie, sinds de negentiende eeuw de Oud-Katholieke Kerk. De Latijnse liturgie werd afgeschaft en de gregoriaanse gezangen in het Nederlands vertaald. Tot 1900 gold de plicht tot het bijwonen van de Mis op zondag; in 1922 werd het priestercelibaat afgeschaft. Momenteel telt de Oud-katholieke Kerk twee bisdommen, Utrecht en Haarlem, met ongeveer 25 parochies, waarvan een in Oudewater. De oud-katholieken zijn altijd een klein en weinig opvallend kerkgenootschap gebleven.


Vlak naast de Oud-katholieke Kerk bevind zich de Heksenwaag, na aanleiding van een feestweek in de jaren 30 van de vorige eeuw is de Stichting Heksenwaag opgericht. Hiernaast ziet u een foto met de oprichters van deze stichting. Het waaggebouw was namelijk niet alleen als kaas en hennep (voor de touwproductie) waag in gebruik, maar ook mensen die het slachtoffer waren van de heksenvervolging konden zich hier laten wegen. De waag van Oudewater was eerlijk in tijden dat om te bewijzen water proeven gedaan werden. Als men bleef drijven was men een heks, zonk de ongelukkige was men onschuldig maar wel verdronken! 

Het gebouw is in 1938  gerestaureerd waarbij het weer van een trapgevel voorzien is. Op de foto hierboven is de oude gevel nog zichtbaar. Naast het waaggebouw is de fraaie gevel van het  Arminiushuis zichtbaar, ook dit gebouw is fraai gerestaureerd. Het was het geboortehuis van Arminius professor in de theologie wiens naam verbonden is met de godsdiensttwisten tussen de Remonstranten en de Contraremonstranten tijdens het twaalfjarig bestand in de tachtigjarige oorlog. Veel leden van Arminius zijn familie  kwamen om tijdens de Oudewaterse Moord op 7 augustus 1575 door de Spanjaarden.  

Oudewater in oude en nieuwe plaatjes deel 4

Oudewater in oude en nieuwe plaatjes
Deel 4
 
Nogmaals een oude foto van de IJsselkade gemaakt door de heer E.C. Rahms. Op de voorgrond een klein zeilschip, ook goed zichtbaar is het kazernegebouw. Later was dit deel van het veevoeder bedrijf van Six. Het is gebouwd rond 1800, in die tijd verbleven de Franse toepen vaak in Oudewater. Buiten voor eten en kleding moest de stad ook voor onderdak zorgen, dit ging doormiddel van inkwartiering  bij de burgers in huis. Natuurlijk was dit geen pretje die Franse soldaten in huis, daarom gingen de gegoede burgers geld inzamelen om een kazerne te bouwen.
 
©foto Hans van Dijk 2006
Een foto gemaakt vanaf vrijwel hetzelfde punt, 150 jaar later! Het kazerne gebouw is afgebroken, de vervuilde grond afgegraven. Goed zichtbaar is het mooie herenhuis dat een rol speelde in de roman van Herman de Man "de eenzame" (1924). Ook het vrachtschip waar rondvaarten mee mogelijk zijn is zichtbaar, de IJsselaak De Onthaestingh. Het schip op deze ligplaats doet nog een beetje denken aan de drukte op de IJsselkade zoals ik die zo goed kan herinneren uit mijn jeugd aan de IJsselkade in de jaren 60 van de vorige eeuw. 

©foto Hans van Dijk 2006
De Remeynsbrug aan de IJsselkade, het huisje op de hoek is de schoenmaker die er vrijwel hetzelfde uitzien als in 1960!

De Remeynsbrug op 8 augustus 1871 op een foto van E.C.Rahms.

Een oude kaart uit 1918 van haast het zelfde punt, zichtbaar zijn de stoombootjes van Rederij "De Estafette" 

Nogmaals een kaart, waarschijnlijk uit de vroege jaren 30 van de vorige eeuw. Het eerste schip is aan het graan te lossen, daarachter is een klipper (?) die bij de fabriek van Brinkers aan het lossen is.

©foto Hans van Dijk 2006
Het pand van de machine fabriek "De Hollandse IJssel". Ook dit mooie negentiende-eeuwse industriële bouwwerk wil de Gemeente Oudewater weg hebben, om de weg vrij te maken voor woningbouw.

 De IJssel met de toren en een gedeelte van de wallen op een foto van E.C. Rahms rond 1870.

©foto Hans van Dijk 2006
136 jaar later haast hetzelfde punt, door de afbraak van de fabriek van Brinkers weer zichtbaar.

©foto Hans van Dijk 2006
De IJsselaak "De Onthaestingh" aan de IJsselkade. Dit schip zorgt ervoor dat er nog iets te zien is van de sfeer van de drukte van schepen aan de IJsselkade.

©foto Hans van Dijk 2006
Gezicht op de Machine Fabriek "De Hollandse IJssel", op de achtergrond is de nieuwe brug over de IJssel te zien die in de jaren 70 van de vorige eeuw gebouwd is.

De ophaalbrug op de kaarten serie in kleur uit het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw.

De toren met het turfschip van schipper Kuik, de "Soli Deo Gloria"

De in 1860 door de firma Cosijn uit Gouda gebouwde ophaalbrug, deze brug verving de zogenaamde stenenbrug die bij het kanaliseren van de rivier de IJssel weg moest. De doorvaarthoogte van deze stenenbrug was niet voldoende. De ophaalbrug is haast 150 jaar oud, en tot de jaren 70 van de vorige eeuw was dit de enige mogelijkheid om de IJssel in Oudewater over te steken. Er zijn plannen om de oude brug geheel te vernieuwen, waarbij het de bedoeling is dat de brug van afstand bedienbaar wordt. Ook zal de gemeente Oudewater het beheer van de brug moeten gaan over nemen van Rijkswaterstaat. De foto is waarschijnlijk rond 1870 gemaakt door de heer E.C.Rahms.

Een gravure van de stenenbrug. Zichtbaar is hoe smal de rivier de IJssel was. Er waren drie stenenbruggen over de IJssel, de brug op de afbeelding, en twee bruggen waar de verdedigingswal over liep. Deze bruggen waren ook afgesloten met een boom die door de poortwachters tegen betaling geopend werden. In een dagboek van de poortwachter van de Broeckerpoort is een smakelijk verhaal te lezen hoe de man wordt opgelicht door de knechten van schipper Snelleman. De IJssel is ooit een vrij brede rivier geweest, echter in 1285 werd de Hollandse IJssel in opdracht van de Hollandse graaf Floris V bovenstrooms bij een boerderij genaamd "Klaphek" afgedamd.  Daardoor kwam er geen water meer vanaf de Rijn op de IJssel. Slechts door de werking van het tij kwam er nog stroming en water hoogte verschil in de IJssel voor. Doordat de rivier eigenlijk een dode rivier was, ging de rivier verzanden. Door de aanleg van de dam in de IJssel was een gunstige situatie ontstaan voor de afwatering bij eb van het aanliggende gebied. Daardoor konden grote ontginningen ter hand genomen worden. De meeste polders in het Groene Hart van Holland zijn na 1285 ontstaan. Echter door het verzanden van de rivier werd het  moeilijker om het polderwater op de rivier te spuien, ook de polders met het veen kregen te maken met bodemdaling door het inklinken van het veen. Watermolens en boezems moesten uitkomst brengen. Rond 1500 waren de problemen door het verlanden van de rivier te groot geworden, men maakte plannen om de dam weg te halen waardoor de IJssel weer bovenwater zou krijgen en de verzanding ongedaan kon gemaakt worden. Daar konden de heersers van Holland en de bisschop van Utrecht geen overeenstemming over krijgen. Pas in 1810 kwam Jan Blanken, de toenmalige inspecteur van de Waterstaat, met een voorstel om de Hollandsche IJssel tussen Vreeswijk en Gouda te kanaliseren en daarbij gebruik te maken van een sluis met door Jan Blanken zelf uitgevonden ‘waaierdeuren’. Deze sluis werd gebouwd bij Gouda, en is nog altijd in gebruik. waaierdeuren maakten het mogelijk dat het rivierwater met grote snelheid kon in- en uitstromen, waardoor de verlandding van de rivier kon worden tegengegaan. In 1862 was het project voltooit, en was er weer scheepvaart mogelijk tussen Vreeswijk en Gouda over de Hollandse IJssel.
 
Zo zou de overzijde bij de IJsselkade er weer uit kunnen gaan zien! Het woonhuis van notaris Van Blaricum in 1873, in 1936 is dit woonhuis afgebroken om plaats te maken voor een loods voor de fabriek van Brinkers.

Twee foto's gemaakt vanaf de toren, de foto hierboven gemaakt rond 1907. De foto hieronder gemaakt in 2005. Op de foto uit 1907 is de schoorsteen van de olieslagerij nog zichtbaar, deze olieslagerij is later opgegaan in het fabriekscomplets van Brinkers. Het gebied over de IJssel was tot 1 september 1970 de gemeente Hoenkoop. De gemeente Hoenkoop bezat ook een cafe, daar werd dankbaar gebruik van gemaakt door personen die in Oudewater door de veldwachter op de zwarte lijst geplaatst waren. In Hoenkoop kon men toch nog een drankje drinken.  

©foto Hans van Dijk 2006

©foto Hans van Dijk 2005
De toren nadat de "barakken" zijn afgebroken in 2005, op deze foto komt het vesting uiterlijk van de toren goed uit. Als grensplaatsje heeft Oudewater tal van oorlogen en bezettingen doorgemaakt. In 1575 is door de Spaanse troepen het stadje ingenomen, en de halve bevolking van Oudewater op gruwelijke manier vermoord. De Spaanse bevelhebber had het plan om de toren in de IJssel te laten vallen en het puin als een stormbrug te gebruiken. Dit doormiddel van stukken geschut die geplaatst waren aan de overkant van de IJssel. In die tijd liep de stadsmuur nog langs de toren, de toren maakte deel uit van de stadsmuur! Bovendien beschoten de Oudewaterse troepen de Spaanse troepen vanuit de toren, en was de toren een uitkijkpunt en ook was de toren in gebruik voor communicatie door middel van vuur met het onbezette gebied buiten Oudewater.  De commandant van de sterkte Oudewater Jan Pieterz van der Lee  laat om het omvallen in de richting van de IJssel de fundamenten aan de zijde van de stad ondergraven en stutten met balken, die in de brand gestoken kunnen worden als de nood aan de man zou komen. Daardoor zou de toren in de richting van de stad zijn ingestort. Gelukkig is het niet zo ver gekomen, en is de toren en kerk een van de weinige gebouwen die het beleg van de Spanjaarden hebben overleeft!
 
Nog elk jaar is er een herdenking op de zondag na 7 augustus, de dag dat de stad Oudewater viel voor het Spaanse leger. Dit in het stadhuis bij het schilderij van Dirk Stoop dat hij in 1650 maakte van het Spaanse beleg en de moord op de burgers van Oudewater.

Hier een ansichtkaart gemaakt door E.C. Rahms naar het schilderij van Dirk Stoop. Op het schilderij zijn diverse stadia van het beleg afgebeeld.

Een verder onbekende prent van de "Oudewaterse Moord" op 7 augustus 1575.



Gezicht op Oudewater, met goed zichtbaar de in 1912 gebouwde watertoren afgebroken in 1966.



Oudewater in oude plaatjes
Deel 3
Het is alweer geruime tijd geleden dat ik de eerste pagina's maakte met foto's van Oudewater. Sinds kort ben ik ook in het bezit van een aantal foto's van schilderijen van de schilder Cornelis Springer. Deze meester die leefde van 1817 tot 1891 heeft een aantal prachtige stadsgezichten gemaakt van Oudewater. Ook heb ik een aantal scans gemaakt van foto's gemaakt door de fotograaf E.C. Rahms. Eberhard Cornelis Rahms geboren in Rotterdam op 14 september 1823. Al vroeg toonde hij belangstelling voor wat in die tijd "schone kunsten" genoemd werd. Helaas was er een gedegen opleiding hierin niet voor hem weggelegd. Zijn vader was broodbakker, en die eiste hem op voor het bedrijf.

E.C.Rahms 1823-1907 een zelfportret
Rahms heeft een schat achtergelaten in de vorm van foto's en tekeningen van het stadje in de negentiende-eeuwse stoffering. Het stadje compleet met poorten en wallen en stadsmuren. Het kleine stadje was in de negentiende eeuw een waar eldorado voor kunstenaars  als Springer, Weissenbruch, Kars en Greive. Met de vele zeventiende-eeuwse huizen en gevels. Rahms huwde in 1850 met Johanna Maria Cornelia Buys uit Oudewater, en in 1854 vertrokken zij beide naar Oudewater om hun intrek te nemen in een bakkerij in de Leeuweringenstraat. Maar boven de bakkerij wordt een atelier ingericht waar hij een onnoemelijk aantal foto's, tekeningen, etsen en schilderijen zou maken.
Cornelis Springer werd op 25 mei 1817 in Amsterdam geboren als vierde zoon van de aannemer Willem Springer en diens echtgenote Maria Elizabeth Doezen. Na de lagere school ging hij in de leer bij de huis-en rijtuigschilder A. de Wit. In de avonduren  kreeg de jonge Cornelis van zijn oudste broer Hendrik , een architect, les in bouwkundig tekenen. Later werd Cornelis ingeschreven op de tekenschool, daar maakte hij snelle vorderingen zodat een landschapsstudie bij Osdorp uit 1834 werd toegelaten op de in dat jaar te Amsterdam gehouden Tentoonstelling van Werken van Levende Meesters. In 1825 ging Springer in de leer bij Kaspar Karssen, een stadsgezichtenschilder die veel aanzien genoot. De invloed van Karssen is onmiskenbaar, nauwkeurig uitgevoerde stadsgezichten, waarin de figuren soms opvallen door hun nietigheid ten opzichten van de imposante gotische bouwwerken. Op reis vond Springer de motieven die hij zocht voor zijn werken, kastelen, imposante gotische kerken en ruïnes. Tot aan het begin van 1850 schilderde Springer half gefantaseerde stadsgezichten, zij het dat hij ze in de loop der jaren duidelijk anders ging arrangeren. Rond 1850 stopte Springer vrijwel met het schilderen van fantasiecomposities. Vanaf dat moment kwamen naast Amsterdam ook andere steden en dorpen aan bod. Een aantal prachtige werken heeft hij in die tijd in Oudewater gemaakt.

Gezicht op de Marktbrug te Oudewater bij zomer in het midden van de 17de eeuw. (1883)

Een straat te Oudewater. (1856)

Gezicht naar de kerk te Oudewater. (1876) Een schilderij gemaakt vrijwel zonder fantasie, goed zichtbaar is de gevel van "vrede is rijkdom" waar later de Oudewaterse kunstschilder Joosten zijn winkel had. Ook goed zichtbaar zijn de huisjes in het Helletje.

De Havengracht te Oudewater. (1876) Vrijwel zoals het er vandaag nog uitziet!

Een foto van E.C. Rahms uit 1875 van een baggermachine gebouwd door de Machinefabriek de Hollandsche IJssel
 
De scheepswerf van de firma Stofberg, in 1919 opgeheven.

Nogmaals de toren de IJsselkade scheepswerf en de ophaalbrug over de IJssel  gemaakt door de firma Cosijn uit Gouda in 1860.

Nogmaals een gezicht op de Machine Fabriek de Hollandse IJssel.

Een foto van de IJssel met de toren rond 1970, goed zichtbaar is het kopra schip met hoge deklast. 

Haast het zelfde punt als op het schilderij van Springer, dit is een foto van E.C. Rahms. Goed zichtbaar is het oude kosterhuis dat met de laatste restauratie van de kerk in de jaren 60 van de vorige eeuw is afgebroken. Een deel van de kerk maakte deel uit van deze woning.

Het Helletje op een foto van E.C. Rahms uit 1877. Vrijwel niet veranderd, maar wel veel netter!

Gezicht op de IJsselkade, het stoombootje op de voorgrond onderhield een passagiersdienst op Gouda. Het werd "De Klomp" genoemd en was eigendom van de rederij "Estafette" van de heer J.A.Montijn. Een foto van E.C. Rahms.